Cijfers over mesothelioom

IAS Monitor Mesothelioom
Sinds 1989 hebben in Nederland ca. 13.000 mensen de diagnose mesothelioom gekregen. Dankzij bemiddeling van  het IAS hebben vanaf 2000 tot en met 2020 7.232 mensen met mesothelioom en 262 mensen met asbestose (sinds 2014) een financiële tegemoetkoming ontvangen. De IAS Monitor laat de belangrijkste cijfers door middel van figuren zien. Deze is in samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Integraal Kankercentrum Nederland samengesteld. Daarbij is gebruik gemaakt van gegevens van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en uit de databanken van het IAS en de SVB. Hiernaast kunt u klikken op de onderwerpen: Aantal, Leeftijd, Woonplaats, Overleving, Sectoren en Beroepen.

Definities
Aantal/incidentie: het aantal nieuwe diagnoses van mesothelioom in een bepaalde periode, absoluut (aantal) of relatief per aantal inwoners (incidentie).
Latentietijd: tijd tussen het eerste moment van asbestblootstelling en moment waarop de ziekte mesothelioom zich manifesteert
Lokalisatie: de plek in het lichaam waar de ziekte is ontstaan
Overleving: het percentage patiënten dat een bepaald aantal maanden na de diagnose nog in leven is.
Sterfte: het aantal mensen dat overlijdt in een bepaalde periode.

Belangrijkste gegevens

  • In Nederland krijgen jaarlijks meer dan 500 mensen (merendeels man: 84-92%) de diagnose mesothelioom. Het aantal slachtoffers per miljoen inwoners neemt geleidelijk af.
  • Asbestgebruik was in Nederland in het midden van de jaren 70 het grootst. In 1993 werd alle asbest verboden.
  • Asbest wordt wereldwijd nog steeds gewonnen en gebruikt. Rusland is alleen verantwoordelijk voor meer dan de helft van de asbestproductie wereldwijd.
  • Nederland staat derde op de wereldranglijst van het aantal mensen (per miljoen inwoners) dat jaarlijks aan mesothelioom overlijdt.
  • 85% van de mesothelioompatiënten is op het moment van diagnose boven de 65. Vrouwen zijn gemiddeld jonger dan mannen op het moment dat de diagnose wordt gesteld. 
  • Mesothelioom ontstaat meestal in het longvlies en een enkele keer in het buikvlies. Bij vrouwen is het aandeel buikvliesmesothelioom relatief groter dan bij mannen. 
  • De tijd tussen het eerste moment van asbestblootstelling en de diagnose van de ziekte is gemiddeld meer dan 50 jaar.
  • Een kwart van de mesothelioompatiënten overlijdt binnen drie maanden na diagnose, twee derde binnen een jaar.
  • De meeste asbestslachtoffers die een TAS- of TNS- tegemoetkoming hebben ontvangen wonen in regio’s waar in het verleden met asbest is gewerkt. Het gaat met name om de havens in Zeeland, Rijnmond en Noord-Oost Groningen, de industrie in Noord Holland, Marine Den Helder, de mijnbouw en chemie in Zuid Limburg en de asbestverwerkende industrie in Twente rond Enschede (textiel) en Goor (Eternit fabriek).  
  • Vrouwen zijn jonger bij aanmelding dan mannen en vallen vaker dan mannen onder de (niet-loondienstgerelateerde) TNS-regeling.
  • Asbestblootstelling vond vooral plaats in de bouwnijverheid/installatiebranche en in de industrie (met name scheepsbouw, metaal- en elektrotechniek).  
  • Timmerman en monteur zijn de beroepsgroepen met de meeste slachtoffers.
  • De meeste slachtoffers zijn in de jaren 60 aan asbest blootgesteld.