Verjaring

Voor schade als gevolg van asbest die het gevolg is van blootstelling vóór 2004, geldt een verjaringstermijn van dertig jaar. ​

Om duidelijk te maken wat dit bekent nemen we het volgende voorbeeld. Een asbestslachtoffer hoort in 2021 dat hij een asbestziekte heeft. Hij is voor het laatst in 1989 blootgesteld aan asbest. De periode tussen 1989 en 2021 is meer dan dertig jaar. Als het asbestslachtoffer zijn vroegere werkgever aansprakelijk stelt voor de schade, kan deze zich dus erop beroepen dat de is schade verjaard.​

Een asbestziekte openbaart zich echter gemiddeld dertig tot vijftig jaar na de laatste blootstelling. Dat betekent dat de meeste asbestslachtoffers geen recht zouden hebben om de schade te claimen, want in de meeste gevallen is de schade al verjaard voordat deze zich openbaart.​

Er zijn echter twee omstandigheden waarom veel asbestslachtoffers in de praktijk ondanks de verjaring toch een schadevergoeding ontvangen:​

  • De meerderheid van de verzekeraars en werkgevers doet geen beroep op verjaring bij asbestslachtoffers. De organisaties die het IAS hebben opgericht vinden dat alleen bij hoge uitzondering er een beroep zou moeten worden gedaan op verjaring.​
  • In een juridische procedure kan een rechter op basis van zeven gezichtspunten beoordelen of het beroep op verjaring redelijk en billijk is. Is dat niet het geval dan houdt het beroep op verjaring geen stand.​

Om te voorkomen dat een asbestslachtoffer een juridische procedure moet beginnen om een oordeel te krijgen over de verjaring, is het deskundigenpanel verjaring opgericht. Als een werkgever of verzekeraar een beroep doet op verjaring kan het IAS advies vragen aan het deskundigenpanel verjaring. Het deskundigenpanel verjaring beoordeelt of er in het betreffende dossier door de (ex)werkgever of diens verzekeraar terecht een beroep is gedaan op verjaring.

Er wordt advies gevraagd aan het deskundigenpanel als er een beroep is gedaan op de absolute verjaringstermijn voor asbestslachtoffers met de ziekte mesothelioom. Om tot een advies te komen belegt het deskundigenpanel een hoorzitting. Partijen en hun deskundigen worden uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn. Tijdens de hoorzitting kan het panel vragen stellen aan de partijen. Het deskundigenpanel geeft na de hoorzitting een advies of in deze zaak het beroep op verjaring wel of niet standhoudt en geeft een motivering. Op zes dagen verspreid over het jaar kan een hoorzitting plaatsvinden.​

De werkwijze van het panel is vastgelegd in een protocol. ​Het advies van het deskundigenpanel van 5 februari 2019 is hier te lezen.

Het deskundigenpanel bestaat uit drie leden: mr. Chris Aarts, (oud) senior raadsheer Hof ‘s-Hertogenbosch; mr. Lydia Charlier, advocaat Beer Advocaten; mr. Theo Kremer, voormalig directeur Stichting Personenschade Instituut Verzekeraars en voormalig directeur Letselschaderaad a.i. De griffier is Marjan Boot. De leden van het deskundigenpanel zijn een autoriteit op het vakgebied en onpartijdig. Zij zijn benoemd door de Raad van Toezicht en Advies (RTA) van het IAS.​