De regels die gelden bij de verwijdering van asbest worden meer in overeenstemming gebracht met de risico’s die kunnen optreden. Hoe hoger het risico dat gevaarlijke asbestvezels vrijkomen, hoe uitgebreider de maatregelen die genomen moeten worden om werknemers te beschermen. Dit is de strekking van een wijziging van het Arbobesluit waarmee de ministerraad op voorstel van staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft ingestemd. Aanleiding voor de wijziging is een Europese richtlijn voor de bescherming van werknemers tegen de gevaren van asbest. Een aantal van de huidige verplichtingen vervalt bij werkzaamheden waarbij het risico op vrijkomen van asbestvezels laag is. Werk met een laag risico is bijvoorbeeld het zonder breken demonteren van asbest dat nog in een goede staat verkeert. In dit soort gevallen hoeft de asbestverwijdering niet meer te worden uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf, maar mag ook een gewone aannemer de klus doen. Wel moet hij het werk laten uitvoeren door medewerkers die daarvoor zijn opgeleid. De invoering van de risicobenadering leidt tot lagere lasten voor bedrijven van 4 miljoen euro per jaar. Daarnaast verminderen de administratieve lasten jaarlijks met zo’n 450 duizend euro. Bron: Ministerie van SZW, 17 maart 2006. Meer http://home.szw.nl/