In vervolg op een uitspraak van 7 juni 2013 oordeelt Hof Arnhem dat de nabestaanden er niet in geslaagd zijn te bewijzen dat een man daadwerkelijk na 13 juli 1977 bij een ex-scheepsbouwer aan asbest blootgesteld is geweest. Ten aanzien van het ontstaan van mesothelioom oordeelt het hof dat aangenomen kan worden dat dit is te wijten aan blootstelling aan asbest. Anders dan de werkgever bepleit, is de mate en duur van de blootstelling niet van belang voor het al dan niet toepassen van de arbeidsrechtelijke omkeringsregel op situaties van mesothelioom. Wel kan gesteld worden dat naarmate de blootstelling intensiever is en langer duurt, de kans op overlijden daardoor toeneemt. Aan de Asbestkaart kent het hof bij de bewijswaardering zeker gewicht toe, naast andere bewijsmiddelen. In een concreet geval kan de classificering op de Asbestkaart de balans in het voordeel van een van partijen doen uitvallen. Het feit dat in een deel van de relevante periode volgens de Asbestkaart sprake is geweest van een goede kans op blootstelling, is echter onvoldoende nu ander overtuigend bewijsmateriaal ontbreekt of is geneutraliseerd. Bron: rechtspraak.nl, Hof Arnhem-Leeuwarden, 25 maart 2014, nr. 200.104.783-01.