In memoriam Rob van der Heijden

Op 18 maart 2025 is Rob van der Heijden overleden. Rob was voorzitter van het bestuur van het Instituut Asbestslachtoffers van 2007 tot en met 2023 en voorzitter van het Instituut Slachtoffers Beroepsziekten door Gevaarlijke stoffen, vanaf de oprichting in 2022. Het IAS en het ISBG herinneren Rob als een zeer betrokken en aimabele voorzitter, die 16 jaar lang van grote betekenis is geweest voor de organisatie(s) en zich met hart en ziel heeft ingezet voor de slachtoffers.

Onderstaand is het interview van Rob te vinden dat is afgenomen in het kader van zijn afscheid als bestuursvoorzitter van IAS en ISBG in december 2023.

Het is al een hele tijd geleden, maar wat trok u destijds zo aan in de functie als voorzitter van het IAS?
‘Het IAS kende ik vooral op afstand. Wat me op het eerste oog zo intrigeerde, is de financiële tegemoetkoming die tot oplossingen leidt voor een groot aantal mensen. Uit vele gelederen van de maatschappij melden zich asbestslachtoffers die voor een deel ten dode zijn opgeschreven. Dat is heel aangrijpend. Tegelijkertijd vond ik het interessant om bestuurlijke leiding aan het IAS te geven, niet wetende hoe lang ik dat zou doen. En ook niet wetende hoe omvangrijk de problematiek écht was. Elk jaar krijgt het IAS zo’n zeshonderd aanmeldingen en dat aantal is jammer genoeg vrij constant. Op de jaarvergaderingen van de Asbestslachtoffers Vereniging Nederland ontmoet ik mensen die ernstig ziek zijn of hun dierbaren zijn verloren. Dan zie je ook hoe triest het werkelijk is.’

U heeft in uw werkzame leven als burgemeester daarnaast tal van functies als bestuursvoorzitter bekleed. Zoals bij de dialysecentra in Amsterdam en Beverwijk, de ouderenorganisatie ANBO en de euthanasievereniging NVVE. U bent zelfs voorzitter geweest van Stichting Collectieve Maror-gelden Nederland, de uitkeringsorganisatie voor Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Alle hebben te maken met ethische kwesties. De rode draad in uw werk?
‘(Lachend:) Zo heb ik er eigenlijk zelf nooit naar gekeken! Maar het klopt natuurlijk wel. Het gaat altijd om een problematiek die ergens is ontstaan en waar het nadrukkelijk om mensen gaat. Dat laatste is voor mij belangrijk genoeg. Vaak is de problematiek heel ingewikkeld, want je hebt met mensen te maken, met zorg en je zoekt naar oplossingen. Kan een instelling of overheid voor die oplossingen zorgen, dan voel ik mij betrokken bij de uitvoering. Als je een gekwalificeerd bestuur hebt en je mag daar leiding aan geven, dan gaat het ook prettig. Al is het bepaald niet altijd eenvoudig.’

Hoe kijkt u terug op uw tijd bij het IAS?
‘De samenwerking tussen het instituut, de Raad van toezicht en het bestuur is al die jaren uitstekend geweest. Feilloos is natuurlijk geen enkele organisatie, problemen zijn er overal. Maar die zijn altijd op een constructieve wijze opgelost. Dat liép gewoon goed, wat ook opgaat voor de contacten die we onderhouden met de overheid. In 1999 hebben toenmalig minister Donner van SZW en oud-minister Job de Ruiter aan de wieg gestaan van het IAS. Dat zijn mensen die prominent waren in het landelijke bestuur en het belangrijk genoeg vonden om aandacht te besteden aan de problematiek van de asbestslachtoffers. Dat betekent ook dat we een goede communicatie en samenwerking hebben met de Rijksoverheid, de departementen en de Sociale Verzekeringsbank die voor de uitkeringen zorgt. Dat heeft ertoe geleid dat de uitvoering van de regelingen voor asbestslachtoffers altijd heeft gefunctioneerd, zoals het indertijd was bedoeld in de regelgeving.’

Je wilt niet dat mensen die zo ziek zijn tegen bureaucratische muren oplopen…
‘Dat klopt helemaal. Als mensen medisch onderzocht worden en het blijkt dat zij veelal zodanig ernstig ziek zijn dat de dood erop volgt, dan heb je gewoon een morele plicht en moet alles daaromheen goed functioneren. Ook de medewerkers van het IAS onder leiding van de directie leveren voortreffelijk werk. Ze zijn allen toegewijd aan hun taken en erg betrokken bij de slachtoffers. Iedereen heeft die motivatie. Van de medewerkers bij het instituut, de Raad van Toezicht tot en met het bestuur. Dat is eigenlijk het mooie van deze organisatie.’

Wat beschouwt u als de belangrijkste mijlpalen in uw jaren als voorzitter?
‘Elke fase die we hebben doorgemaakt is belangrijk. Het ging er altijd om onze organisatie nog beter in te zetten, gerelateerd aan het belang van de slachtoffers. Sinds de oprichting is daar een heel stevige basis voor gelegd. Waar we daarnaast veel aandacht aan hebben besteed is de manier waarop specialisten in de ziekenhuizen hun patiënten informeren over het bestaan van de regelingen. Het is zó belangrijk dat medici zich betrokken voelen bij het instituut dat de belangen behartigt van de familieleden en slachtoffers. Lang niet elke specialist denkt daar direct aan.’

En dan was er natuurlijk de oprichting van het ISBG…
‘Asbestose en mesothelioom zijn heel lang onze enige aandachtsgebieden geweest. Sinds vorig jaar hebben we ook het ISBG dat zich richt op meerdere stoffengerelateerde beroepsziekten. Het bijzondere is dat het bestuur van het ene instituut nu ook het bestuur is van het andere. We beginnen de vergadering als IAS-bestuur. Daarna gaan we in dezelfde samenstelling over naar de bestuursvergadering van het ISBG en richten we ons volledig op de doelgroep die veel breder is. We hebben deze dubbele functie zelf aangedragen bij de Rijksoverheid toen bekend werd dat er een nieuwe regeling zou komen. We realiseerden ons dat er meer ziektes zijn die makkelijk kunnen passen in onze werkzaamheden. Dat is de winst die we na zoveel jaren hebben geboekt.’

Zestien jaar is geen geringe tijd. Wat heeft u zo lang aan het IAS en vervolgens ook het ISBG verbonden?
‘Toen ik aantrad als voorzitter van het IAS was ik burgemeester van Zandvoort en had ik de pensioengerechtigde leeftijd bijna bereikt. Maar ik dacht nog helemaal niet aan stoppen. Ik voelde me fit. Eenmaal bestuursvoorzitter gaat zo’n lange periode toch heel snel voorbij. Maar ik vind dat nu de jongere generaties aan bod zijn. We krijgen met Hugo Schouwink een uitstekende voorzitter. Hij is al jaren bestuurslid en kent als longarts het klappen van de zweep van de thematiek als geen ander.’

Vindt u het ergens ook jammer dat het bestuurswerk stopt?
‘Enerzijds wel. Ik heb het elke dag met plezier gedaan en ik kijk met veel dankbaarheid terug. Maar er komt een moment dat je denkt: hoe lang zal ik nog doorgaan? Als je eenmaal 78 bent is het ook wel een keer mooi geweest, vind je niet?’

Dennis Derksen
Oktober 2023