Smartengeld bij een beroepsziekte, wat is het en hoe wordt het berekend?

Bij een beroepsziekte door blootstelling aan gevaarlijke stoffen loopt een slachtoffer niet alleen materiële schade op, zoals verlies van inkomsten en medische kosten, maar ook immateriële schade. Bij immateriële schade gaat het om het leed dat het slachtoffer heeft moeten ondergaan en in de toekomst zal moeten ondergaan als gevolg van de beroepsziekte. De vergoeding voor de geleden immateriële schade wordt smartengeld genoemd. Smartengeld is een vergoeding voor al het leed, de pijn en het verdriet dat door het letsel is veroorzaakt. Bij blijvend letsel wordt het slachtoffer de rest van zijn leven iedere dag geconfronteerd met het letsel. Als compensatie daarvoor dient dus smartengeld.

Als een werknemer lichamelijk letsel heeft opgelopen en de aansprakelijkheid daarvoor vaststaat, levert het betalen van smartengeld door de werkgever meestal geen discussie op. Over de hoogte van het smartengeld ontstaat vaak wel discussie omdat het moeilijk is een prijskaartje toe te kennen aan toegebracht leed, gederfde levensvreugde, pijn en verdriet. Als een werkgever en een zieke werknemer het niet eens kunnen worden over het smartengeld, kan de rechter de hoogte naar billijkheid vaststellen. Hoewel de rechter grote vrijheid heeft bij het begroten van een smartengeldbedrag, dient hij te letten op bedragen die in vergelijkbare zaken zijn toegekend. De achterliggende strekking daarvan is dat een rechter – in het licht van de rechtseenheid en rechtsgelijkheid – niet zomaar veel lagere of hogere bedragen mag toekennen dan in vergelijkbare gevallen.

Vaste smartengeldbedragen als uitgangspunt voor asbestslachtoffers
Een belangrijke afweging bij het vaststellen van de hoogte van smartengeld is of de letselschade van tijdelijke of permanente aard is. Is er sprake van blijvende schade (bijvoorbeeld invaliditeit of dood), dan valt het smartengeld hoger uit dan in zaken waarin het letsel slechts tijdelijk was. Voor asbestslachtoffers geldt dat er in alle gevallen sprake is van blijvend letsel met emotionele schade, veroorzaakt door pijn, verdriet en angst. Omdat het onmogelijk is om per geval de omvang van de emotionele schade vast te stellen, is bij de afwikkeling van claims van asbestslachtoffers door het IAS gekozen voor een systeem met vaste bedragen voor smartengeld. Een andere aanpak dan een systeem dat uitgaat van vaste bedragen zou slechts leiden tot langdurige procedures over de schadeafhandeling terwijl slachtoffers juist gebaat zijn bij een snelle afwikkeling waar geen rechter aan te pas hoeft te komen.

De door het IAS gehanteerde normbedragen zijn vastgelegd in het Convenant Asbestslachtoffers met het doel de afwikkeling van asbestclaims te versnellen. Deze normbedragen gelden voor alle bemiddelingen van het IAS tussen werkgevers en asbestslachtoffers. Het normbedrag voor smartengeld bedraagt in 2024 € 71.180,–. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

Externe werking
Ook in de rechtspraak gelden de normbedragen van het Convenant Asbestslachtoffers als vast uitgangspunt. Bij de bepaling van de hoogte van het smartengeld wordt door de rechter alleen in individuele omstandigheden van zeer uitzonderlijk karakter afgeweken van de normbedragen. In de rechtspraak is doorslaggevend dat het Convenant een zeer breed maatschappelijk draagvlak heeft en dat de normbedragen zijn vastgesteld door partijen afkomstig uit alle relevante geledingen van de maatschappij, waaronder belangenbehartigers van asbestslachtoffers.

Samenvattend geldt dat de normbedragen uit het Convenant de maatstaf zijn voor het smartengeld dat in Nederland op dit moment in het algemeen wordt toegewezen aan slachtoffers met mesothelioom. Daarbij is rekening gehouden met de omstandigheid dat het ziekbed van een mesothelioompatiënt bijzonder ernstig en ingrijpend is en met de psychische gevolgen van de diagnose van mesothelioom.

Job Voss
Juridisch beleidsmedewerker IAS
j.voss@ias.nl
December 2023