Nieuw onderzoek: hoe kijken werkgevers en verzekeraars naar de bemiddeling door het IAS?

Uit enquêtes onder mensen die zich melden bij het Instituut Asbestslachtoffers, blijkt dat zij de dienstverlening over het algemeen positief waarderen. (Oud-)werknemers met mesothelioom of asbestose kunnen via het IAS aanspraak maken op een eenmalige overheidsvergoeding. Daarnaast faciliteert het instituut bemiddeling met (voormalige) werkgevers of verzekeraars om tot een hogere schadevergoeding te komen. Het IAS zet zich daarbij in om procedures te versnellen en opereert nadrukkelijk als onafhankelijke bemiddelaar. Om die rol goed te kunnen blijven vervullen, is het van belang om ook inzicht te krijgen in hoe werkgevers, verzekeraars en eventueel tussenpersonen het bemiddelingstraject ervaren.

Procedurele rechtvaardigheid
Die vraag staat centraal in een perceptieonderzoek dat het komende jaar wordt uitgevoerd door Marlou Overheul van de Universiteit Utrecht. ‘Voor een succesvolle bemiddeling door het IAS als onafhankelijke bemiddelaar is het niet alleen van belang dat het asbestslachtoffer tevreden is met het traject’, wijst ze op het belang van het onderzoek. ‘Het is belangrijk dat ook de werkgever of verzekeraar hier een goed gevoel aan over houdt.’

Marlou Overheul

Dat gevoel hangt nauw samen met wat Overheul aanduidt als ervaren procedurele rechtvaardigheid. In 2025 promoveerde zij op het onderzoek ‘Compensatieregelingen voor beroepsziekten – een empirisch-juridisch onderzoek naar ervaren rechtvaardigheid en de relatie met het aansprakelijkheidsrecht’. Daarnaast werkt zij mee aan interdisciplinair onderzoek naar politiek gevoelige kwesties en het vertrouwen in de rechterlijke macht.

Ook binnen het komende IAS-onderzoek vormt de theorie van ervaren procedurele rechtvaardigheid het uitgangspunt. Ontbreekt het hier in de bemiddeling aan, dan kan dit verstrekkende gevolgen hebben. Overheul: ‘We weten dat wanneer mensen, bedrijven of verzekeraars een bemiddelingstraject niet als rechtvaardig ervaren, dat uiteindelijk afbreuk kan doen aan het vertrouwen in instituties. Uit eerder onderzoek blijkt ook dat schijn van partijdigheid van invloed kan zijn op de bereidheid om mee te werken aan bemiddeling. Voor het IAS is het daarom belangrijk om inzicht te krijgen in hoe de partijen het traject ervaren. Als instituut wil je immers dat de personen en organisaties tussen wie je bemiddelt, vertrouwen hebben in jouw instituut en de wijze van bemiddelen.’

Volgens Overheul bestaat een eerlijke en rechtvaardige behandeling uit meerdere elementen: ruimte voor inspraak, serieus genomen worden en respectvolle bejegening door een neutrale partij. Wanneer deze elementen aanwezig zijn, kan dat zelfs bijdragen aan een betere acceptatie van de uiteindelijke uitkomst. ‘Uit eerder wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat mensen en organisaties meer tevreden zijn met de uitkomst van hun procedure, als zij hun behandeling als eerlijk en rechtvaardig ervaren. Je kunt best ontevreden zijn als je bijvoorbeeld een schadevergoeding moet betalen, maar dat wel kunnen accepteren als je vindt dat je goed behandeld bent.’

Ervaringen én oplossingen
Voor het onderzoek zal Overheul ongeveer 25 semigestructureerde diepte-interviews afnemen met partijen die ervaring hebben opgedaan met bemiddeling door het IAS. In die gesprekken komt het volledige traject aan bod: van het eerste contact, ervaringen tijdens de bemiddeling zelf en de afronding van de bemiddeling. Ook onderwerpen als de ervaren neutraliteit van het IAS, het vertrouwen in het instituut en de uitkomst van de bemiddeling worden behandeld.

Daarnaast besteedt zij aandacht aan mogelijke oplossingsrichtingen die door de wederpartij worden aangedragen wanneer zij minder positieve ervaringen hebben. Of deze inzichten uiteindelijk zullen leiden tot meer succesvolle bemiddelingen en meer tevredenheid, valt nu nog niet te zeggen. ‘Het zou wel heel mooi zijn als dit onderzoek hier aan bijdraagt. Het is wachten op de resultaten en de oplossingen die de partijen zelf aandragen om indien nodig de dienstverlening van het IAS te verbeteren.’

Overheul verwacht haar onderzoeksrapport begin 2027 af te ronden. Na een bescheiden verkenning in 2007 is het daarmee voor het eerst dat de perceptie van bedrijven en verzekeraars zo uitgebreid wordt onderzocht. Daarmee kan het onderzoek volgens haar ook een wetenschappelijke leemte vullen. ‘We hebben de blik heel vaak gericht op het slachtoffer. Terecht denk ik, want deze is iets overkomen en heeft daar schade door geleden. Veel bedrijven en verzekeraars hebben dit ook niet gewild. En ook zij hebben behoeften in het proces. Daarom is de beleving van het bemiddelingstraject door bedrijven en verzekeraars net zo belangrijk. Het is wetenschappelijk gezien heel vernieuwend om dat nu in kaart te brengen.’

Vragen over of interesse in dit onderzoek? Neem contact op met Marlou Overheul via [email protected].

Dennis Derksen,
Mei 2025